Een woonkrediet afsluiten in 2017

2HB onderzocht de regels voor een woonkrediet anno 2017 en dit voor de 3 Gewesten.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Sinds 2017 is de woonbonus verdwenen en werd die vervangen door een verhoging van het abattement. Dat wil zeggen dat er bij de aankoop van een eigen woning in Brussel een vrijstelling geldt van registratierechten op een bedrag van maximaal 175.000 euro. Voorwaarde is wel dat het gaat om een woning die niet meer dan 500.000 euro kost. Daar waar de woonbonus gedurende verschillende jaren een voordeel opleverde, gaat het hier dus om een eenmalig en onmiddellijk voordeel voor de koper van maximaal 22.000 euro nl. 12,5% van 175.000 euro. Het doel van de Brusselse regering met deze maatregel is enerzijds de koopkracht te verhogen en anderzijds Brussel als woonstad aantrekkelijker maken en nieuwe inwoners naar de hoofdstad lokken.
Waals Gewest
Voor woonkredieten afgesloten vanaf 2016 is de woonbonus verdwenen en vervangen door een wooncheque of chèque-habitat. Het gaat om een belastingvermindering die toegekend wordt vanaf het aanslagjaar dat volgt op dat waarin u de lening afsloot. Het voordeel wordt individueel toegekend, per belastingplichtige. Nieuw is ook dat dit voordeel deels gelinkt wordt aan uw jaarlijks netto belastbaar inkomen. De Waalse regering wil met deze maatregel een eigen huis voor iedereen toegankelijk maken.
Twee onderdelen
Deze korting op de belastingen bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds een forfait van 125 euro per kind ten laste ongeacht het aantal kinderen ten laste. Anderzijds een variabel deel dat afhangt van uw inkomen, maar maximaal 1.520 euro kan bedragen per belastingplichtige per jaar.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie inkomensschijven.
- Hebt u een jaarlijks netto belastbaar inkomen dat kleiner of gelijk is aan 21.000 euro, dan ontvangt u een belastingvermindering van 1.520 euro.
- Hebt u een jaarlijks netto belastbaar inkomen dat hoger is dan 21.000 euro en lager dan 81.000 euro, dan ontvangt u een belastingvermindering op basis van een formule. We illustreren dat met een voorbeeld.
Stel iemand heeft een netto belastbaar inkomen van 24.000 euro.
1.520 euro (maximale vermindering) – (24.000 – 21.000) x 1.275%
OF
De vermindering bedraagt 1.520 euro – 38,25 euro = 1.481,75 euro
- Hebt u een jaarlijks netto belastbaar inkomen dat hoger is dan 81.000 euro, dan ontvangt u geen vermindering.
Enige en eigen woning
Als belastingplichtige kunt u maximaal 20 jaar genieten van deze vermindering en het voordeel is niet gelinkt aan een bepaalde woning. U moet wel eigenaar zijn van de woning. Het moet gaan om een hypothecair woonkrediet afgesloten voor minimaal tien jaar dat dient voor de aankoop of bouw van uw enige en eigen woning die u als belastingplichtige dus effectief moet bewonen. Renovatie valt daar niet onder evenmin als de aankoop van een bouwgrond. Uitzondering daarop is een woning die u geërfd hebt of een woning die u te koop gezet hebt.
Het bedrag van de wooncheque wordt niet geïndexeerd en bovendien geldt de belastingvermindering degressief. De eerste tien jaar kunt u 100% van de op u toepasselijke vermindering genieten. De overige tien jaar nog slechts 50%.
Vlaams Gewest
Voor woonkredieten afgesloten vanaf 2016 blijft het grensbedrag hetzelfde (1.520 euro) net als het percentage van de belastingvermindering (40%), maar is de voorwaarde van de ‘enige’ woning vervallen. Het kan dus ook gaan om uw tweede woning, of zelfs een derde of en vierde.
Enige woning levert wel meer op
Wilt u echter van de extra verhoging van 760 euro gedurende de eerste tien jaar genieten en de verhoging van 80 euro vanaf drie kinderen ten laste, dan moet het wel nog steeds gaan om uw enige woning. Kocht u bijvoorbeeld een eerste appartement en gaat u nu een woonkrediet aan voor uw nieuwe gezinswoning, dan krijgt u weliswaar de woonbonus, maar dus niet de verhogingen aangezien het niet uw enige woning is. De voorwaarde van ‘enige’ woning wordt beoordeeld op 31 december van het leningsjaar. Uitzonderingen hierop zijn een woning die te koop staat op die datum en binnen het jaar effectief verkocht wordt, een woning die u erft in blote eigendom of vruchtgebruik of een woning waarvan u mede-eigenaar bent. Lichtpuntje is dat deze beperking van het fiscale voordeel meer ruimte biedt in de federale fiscale korf die bijvoorbeeld kan gevuld worden met premies voor een individuele levensverzekering met het oog op de opbouw van een aanvullend pensioen.
Eigen woning
De woning moet wel nog steeds ‘eigen’ zijn en dus door u bewoond worden. Die voorwaarde wordt beoordeeld op het moment van de afbetaling van het woonkrediet. Er bestaan echter uitzonderingen waarbij de woning fiscaal gezien wel ‘eigen’ is hoewel u ze niet effectief bewoont. Dat kunnen wettelijke redenen van sociale aard zijn, redenen gelinkt aan uw beroep of het kan gaan om bouwwerkzaamheden aan uw woning die nog in aanbouw is. Nieuw voor woonkredieten vanaf 2016 is dat deze redenen ongelimiteerd ingeroepen kunnen worden. Voor leningen afgesloten in 2015 vervalt de woonbonus immers als de woning in aanbouw na twee jaar nog steeds niet bewoond is door de kredietnemer.
Tweede woning mag niet voordeliger zijn
Verder geldt dat het Vlaamse fiscaal voordeel dat u geniet voor een woonkrediet vanaf 2016 voor een tweede eigen woning nooit hoger kan zijn dan het voordeel voor de eerste woning. In 2015 kon het gebeuren dat iemand die een krediet afsloot voor een tweede woning soms meer fiscaal voordeel genoot dan iemand die een eerste woning kocht. Dat komt omdat voor de lening voor een tweede woning een Vlaamse belastingvermindering voor langetermijnsparen geldt voor de kapitaalaflossingen (30%) en een Vlaamse gewone vermindering voor interesten (tegen 40%). Deze twee systemen zullen dus uitdoven en zijn alvast niet meer van toepassing voor leningen vanaf 2016.
Bron : nagelmackers.be